|
[08 februari 2004] Het e-mail bericht -# 528 van http://health.groups.yahoo.com/group/sh-plus-th/ (Forum over oorsuizen (tinnitus) en hyperacusis)- is hieronder enigszins aangepast weergegeven. Date: Sat,
07 Feb 2004 Hallo Roselynn, Mirjam en alle anderen, die aan hyperacusis lijden, maar ook andere geïnteresseerden. Eerder hebben we het al gehad over hyperacusis en recruitment. En Roselynn, jij toonde je na die uitleg van mij enigszins teleurgesteld omdat er weer minder mensen met hyperacusis overbleven om mee te mailen en gedachten uit te wisselen. Maar als we kijken naar wat dat betekent, dan kom je op het volgende. Ik heb toegezegd om te proberen duidelijk uit te leggen waar het nu om gaat. En vanwege de lengte van het geheel splits ik het in twee berichten. Helaas dus weer een zeer lang stuk en ook weer zwaar om te begrijpen. Maar je vindt dit in geen enkel boek nog, want het is in eerste instantie wel de gangbare lezing van deze fenomenen, maar voorzien van mijn kritische kanttekeningen. Het eerste bericht bestaat op zich al uit twee delen en gaat dan nogmaals en gedetailleerd voor alle duidelijkheid eerst over de verschillen tussen recruitment en hyperacusis. Het tweede deel van dit bericht gaat over de beschrijving van de gedeeltelijke bouw van ons gehoor, voorzover ik het voor de verklaring van hyperacusis in het tweede bericht nodig heb.
Eerst nog een keer duidelijk het verschil tussen recruitment en hyperacusis. A. Iemand die binnenoor slechthorendheid (perceptie slechthorendheid) heeft en al of niet daarvoor een hoortoestel heeft, die merkt dat zachte geluiden slecht worden verstaan en daarvoor dan ook dat hoortoestel nodig heeft. Maar die merkt ook dat heel vaak harde geluiden veel te hard overkomen, zelfs pijnlijk hard. De audiologische vakman zegt dan deze persoon heeft grotendeels
het vermogen verloren om zijn gehoor aan te passen aan de geluidsomstandigheden.
Deze persoon vertoont een ernstig verlies van dynamiek. B. Iemand, die helemaal
geen gehoorverlies heeft, in tegendeel die zelfs een speld kan horen vallen
of die het voor ieder normaal horend mens bijna onhoorbaar zachte brommen
van een ingeschakelde TL-buis hinderlijk hard hoort en voor wie alles wat
maar een beetje geluid maakt al richting pijnlijk horen gaat, om maar over
al die herrie, die we met z'n allen tegenwoordig produceren en we zelf ook
al als zodanig betitelen, maar te zwijgen. Als het om harde geluiden gaat is er niet eens zoveel verschil tussen deze beide vormen van niet normaal horen. Er zijn wel een aantal andere verschillen. Bij recruitment en een ingeschakeld hoortoestel helpt het uitzetten ervan al direct een heel stuk en als je je oren afdekt of een licht oorpropje indoet, ben je het zelfs kwijt. Je hoort alleen heel weinig. In ieder geval geen herrie meer. Bij hyperacusis is er eigenlijk nooit meer een moment van stilte. Elk geluidje, waar een normaal horend mens van zegt: "Hoorde ik daar soms wat?" is voor een lijder/lijdster aan hyperacusis de reden dat deze in elkaar krimpt en tracht de oren te beschermen. Bij recruitment heb je geen last van het feit dat je eigen stem je te hard overkomt. Je hebt niet de neiging om te gaan fluisteren. Bij hyperacusis klinkt zelfs je eigen stem je al heel gauw veel te hard. Om je gehoor niet al te zeer te belasten, ga je vanzelf fluisteren.
En dan is er tenslotte nog een groot verschil in de beoordeling van de omgeving van beide fenomenen. Bij recruitment is wel doorgaans bekend dat iemand slechthorend is, men gaat al gauw met stemverheffing tegen zo iemand praten, maar wordt dan verrast door diens opmerking dat er veel te hard gepraat wordt. Dat leidt wel tot onbegrip, want hoe kan iemand nu zowel zo slecht als te goed horen. Maar de gehoorafwijking is bekend en slechthorenden met recruitment zullen zeker van audiologen en audiciëns niet gauw te horen krijgen dat ze zich dat maar inbeelden. Het percentage mensen met binnenoor slechthorendheid, dat over recruitment klaagt, is dermate groot dat je deze klacht niet af kunt doen met de opmerking: "U verbeeld het zich maar." Ze zullen als ze eerlijk zijn zeggen: "We weten dat het fenomeen zeer vaak optreedt, alleen waar het vandaan komt is met de huidige kennis van ons gehoor onverklaarbaar." Bij hyperacusis is er uiterlijk aan de lijder/lijdster
eraan niets af te lezen. Vaak levert gehoordrempel audiometrie geen sterke
aanwijzing op, maar regelmatig wel een duidelijk beter gehoor dan normaal,
maar dan nog hooguit 10 dB of wat lager richting 20 dB gevoeliger. Oftewel
die mensen hebben een gehoordrempel van 10 dB tot richting 20
dB. Lees maar eens wat een hyperacusis deskundige in één van de universitaire medische centra als verklaring voor hyperacusis in collegestijl ten beste geeft tegenover iemand, die aan hyperacusis is gaan lijden na een zeer harde klap met de vlakke hand op één van de oren: "Het hyperacusis probleem wordt uitgelegd als iets dat niet in de oren, maar in de hersenen zetelt. Het filter voor onbewust geluid (het huilen van de baby dat de moeder wekt uit diepe slaap is daar een exponent van) staat bij die patiënt volledig open." Wekt de recruitment nog interesse bij audiologen als bijverschijnsel van optredende binnenoor slechthorendheid, hyperacusis doet dat nauwelijks of helemaal niet en wordt dan vaak gezien als iets wat zich zuiver "tussen de oren" afspeelt en bestempeld kan worden tot een neurotische aandoening en derhalve niet tot het werkterrein van de audioloog behoort. In sommige boeken betreffende audiologie komt het woord hyperacusis dan ook gewoon niet voor. Die hele uitleg met dat universitaire sausje overgoten, - die moeder die uit diepe slaap wordt gewekt door haar huilende baby - , geldt dan ook voor die Amerikaanse gevechtspiloot, die zeer vaak hoge G- waarden (meerdere keren de versnelling van de zwaartekracht) heeft doorstaan en op een gegeven moment die hyperacusis ging ontwikkelen, of voor mijn e-mail contact Henrie, die in zijn garage vlak bij een exploderende vrachtwagenband met 7 atm overdruk stond en sindsdien hyperacusis heeft, of voor Mirjam nu al ruim tien jaar na die fatale klap, of voor Roselynn, die in het verleden ernstig mishandeld is en diverse keren na zware klappen op het hoofd toen bewusteloos is geweest, of voor al die vele mensen, die bij ernstige botsingen van hun hoofd met autoruit of wegdek, of na het opblazen van de airbag, of van achter aangereden zijn bij een auto ongeluk en naast een whiplash nu ook last van hyperacusis hebben. Al die mensen hebben niets aan hun oren, maar ze lijden aan de gevolgen van het (volledig) openstaan van het filter voor onbewust geluid centraal in de hersenen. Ook al heeft duidelijk het gehoor en dan met name het trommelvlies
en die kleinste botjes in ons lichaam, hamer, aambeeld en stijgbeugel, maar
ook die membranen in ovale en ronde venster tijdens de enorme lichamelijke
overbelastingen door die geweldige eerste klap opgevangen, dan ga je nog
je concentreren op een heel andere hypothetische oorzaak, omdat in het gangbare
gehoormodel geen mechanismen te ontdekken zijn, waarbij ogenschijnlijk minieme
schade leidt tot dergelijke fenomenen. Voor mij gaat dit volledig voorbij aan de noodzaak om toch maar eens heel goed te kijken naar eventuele schade, die wellicht niet of nauwelijks zichtbaar is of alleen mogelijk zichtbaar is bij een moeilijke kijkoperatie. Maar louter schade zoeken op een plaats die het verst mogelijk verwijderd is van de plek des onheils is in mijn ogen volkomen onlogisch, onwetenschappelijk en een zwaktebod van de eerste orde. Maar wat mij het meest ergert in dit alles is dat de bestaande gehoormodellen als heilig beschouwd worden en vervolgens alles waar we geen verklaring voor kunnen bedenken maar aan iets heel ongrijpbaars in de hersenen wordt toegeschreven en wellicht de patiënten een onbewezen therapie wordt opgedrongen in de veronderstelling dat die wat oplevert. En als je kritisch tegen de momenteel gangbare beschrijvingen van de werking van ons gehoor aankijkt en die vergelijkt met de manier waarop de delen van het gehoor kunnen werken en zijn samengevoegd tot één geheel onder toepassing van de universele regels van de fysica, dan kom je zondermeer tot een werkingsmodel, waaruit naast vele ander zaken ook die hyperacusis ten gevolge van een trauma logisch voortvloeit. Lees maar verder mee. Maar eerst dan nu de relevante delen van de bouw van ons gehoor met de huidige denkbeelden over de werking ervan en mijn commentaar daarop. Uit het gehoormodel dat ik heb opgezet, nadat ik de werking van de verschillende onderdelen van ons gehoor kritisch heb bekeken, maar ook de literatuur daarover met dezelfde kritische blik heb bestudeerd, blijkt dat de zienswijze betreffende het ontstaan van recruitment maar zeker hyperacusis wel eens heel anders in elkaar zou kunnen zitten.
De details kunnen jullie lezen in mijn verhandeling. Hier vergelijk ik voor de belangrijke onderwerpen betreffende hyperacusis even de bestaande theorie en wat ik in tegenstelling daarmee zie met mijn fysische bril op: De bestaande theorie over de werking van ons gehoor gaat uit van het gegeven dat het geluid vanuit de omgeving via de uitwendige gehoorgang het trommelvlies treft en de bij dat geluid behorende snel wisselende drukveranderingen het trommelvlies in trilling brengt. Daar heb ik niets op af te dingen. Is volkomen logisch. En nu komen we al bij het gedeelte, dat bij zeer jonge mensen nog heel vaagjes en schemerig door het trommelvlies heen te zien is, maar bij ouderen achter een grijs vlak verborgen ligt, namelijk de gehoorbeen keten in het middenoor. Achter het trommelvlies is het eerste botje uit de gehoorbeen
keten, de hamer (malleus) aan één zijde verbonden met dit
trommelvlies. De andere kant ervan maakt verbinding met het om zijn vorm
aambeeld (incus) genoemde tweede botje in de gehoorbeen keten. En nu beginnen bij mij al een aantal bedenkingen te rijzen:
In een ongemeen felle discussie door experts en verdedigers
van de bestaande inzichten, gericht tegen mijn gehoormodel, werd kort na
de introductie ervan aangevoerd dat het trommelvlies bij 120 dB geluid,
de pijngrens, uitwijkingen heeft van ongeveer 1, hooguit 2 micrometer. Alleen
al voor het meten van een dergelijke verplaatsing heb je de beste lichtmicroscoop
nodig, die er maar te vinden is, die dan nog een objectief heeft dat vele
malen dikker is dan de uitwendige gehoorgang. Dus die metingen, waar men
naar verwijst zijn niet uitvoerbaar zonder diepe ingrepen. Bovendien stammen
die metingen uit de jaren 60 van de vorige eeuw, dus zo'n dikke 30 jaar
geleden. Vervolgend werd gesteld dat dan bij een geluid van 10 dB, de uitwijking
van het trommelvlies dan 1 picometer, dat is een miljoen maal kleiner dan
een micrometer en dat is al een duizendste millimeter, mijn gehoormodel
eenvoudig niet kan werken. Je zou je nog ergens kunnen voorstellen dat die nog weer kleinere beweging van de stijgbeugel, want die wordt volgens het bestaande werkingsmodel kleiner omdat er meer druk op de inhoud van het slakkenhuis moet worden overgebracht, inderdaad daartoe in staat is. Dit omdat het slakkenhuis volledig gevuld is met vloeistof en vloeistof net als vaste stof nagenoeg niet samen te drukken is. Dus een uiterst kleine indrukking door die voetplaat van de stijgbeugel geeft dan gelijk hele hoge drukken in het slakkenhuis. Dat is het concept dat ik hiervoor ook al genoemd heb. Correct geredeneerd volgens de fysica. Maar dan komt nu mijn laatste stukje van de gecombineerde
bouw van het middenoor en het kanaal achter het ovale venster in het slakkenhuis.
Dat kanaal, gevuld met de lymfe vloeistof, perilymfe genaamd, loopt door
het inwendige van het slakkenhuis naar het topje ervan, wordt daar ietsje
smaller, keert daar om en gaat vervolgens weer de weg terug parallel aan
het heengaande stuk kanaal. En dat tweede stuk eindigt bij het derde vlies
in deze hele beschrijving, namelijk het ronde venster, dat de andere afsluiting
van het slakkenhuis kanaal met het middenoor vormt. Heeft iemand van jullie wel eens een vol kartonnen limonadepakje
met zo'n omgebogen rietje erin een heel klein beetje steviger in het midden
vastgepakt en kwam je toen ook niet onder de limonade te zitten omdat die
er bij het open einde van het rietje uitspoot? Met andere woorden: Die fracties van een picometer, ja zelfs als het micrometers worden bij 120 dB geluid, leveren nauwelijks drukverandering af in dat slakkenhuiskanaal. Wel overbrenging van beweging dus, maar geen mechanisme waarbij druk op het trommelvlies volgens een vaste verhouding wordt omgezet naar druk in het slakkenhuis kanaal. En alleen daarom al staat het hele bestaande gehoormodel volledig op losse schroeven. O ja, er is nog iets te vermelden. In veel literatuur wordt dat niet eens genoemd als relevant voor de werking van het gehoor. Nog onlangs sprak ik een KNO-arts, die niet wist waar het voor diende. Het slakkenhuiskanaal, gevuld met perilymfe, van elk van beide oren staat via een smal kanaal (cochleair aqueduct) rechtstreeks in verbinding met de schedelholte. Met de zogenaamde cerebrospinale ruimte, die gevuld is met perilymfe. Als bij iemand betrokken bij een ernstig ongeluk met zwaar hoofdletsel een spoor blank vocht, eventueel vermengd met bloed uit één van de oren loopt, komt dat omdat de enorme klap die de schedel te verduren heeft gehad, die schedel zodanig heeft vervormd dat de perilymfe met grote kracht de schedelholte uitgeperst is en daarbij zoveel druk in het slakkenhuiskanaal heeft ontwikkeld (denk aan dat limonadepakje) dat het ronde en/of ovale venster, maar ook, en wellicht door de gehoorbeen keten, het trommelvlies gescheurd is. Soms zegt men dan terecht dat het slachtoffer via het oor hersenvocht verliest. En met deze informatie ga ik in het volgende bericht verder. Vriendelijk groeten | |||